Kopers van een potje ‘Pitje Westhoek’ krijgen er een bijzonder bakrecept bij waarbij de landschappelijke Westhoeksmaken van de middeleeuwen tot de 20ste eeuw samenkomen in een appeltaart.
Zin in een extra uitdaging of benieuwd naar het oude basisrecept waarop dit gebak geïnspireerd is?

Voor 450 g deeg:
• 200 g bloem
• 100 g boter
• 100 g bloemsuiker
• 1 losgeklopt ei
• ¼ tl zout
• ¼ tl bicarbonaat
• 1,5 tl gebroken venkelzaad (voor een middeleeuwse toets)
Voor een taart van 24 cm diameter:
• 450 g boterdeeg
• 120 g Pitje Westhoek
• 5 à 6 appels van eigen oogst of van een fruitboer uit je buurt
• 100 g gedroogde vijgen, in kleine stukjes gesneden (of ander gedroogd fruit zoals pruimen, rozijnen of dadels)
• 15 g suiker
• 1/4 tl kaneel
• 1 losgeklopt ei
• Ingeboterde taartvorm van 24 cm diameter
• 30 g amandelpoeder
• 30 g amandelschilfers
• 30 g witte suiker
• 30 g bruine suiker
• 30 g boter
• 30 g bloem
• 2 eieren, waarvan het eiwit wordt opgeklopt
• snuif zout
• wat citroenzeste
De inspiratie voor Appeltaart Fufu komt uit een historisch recept dat werd teruggevonden in een receptenboek van het Kasteel van Kemmel, nu gekend als de Chalet. Daarin verschijnt het gerecht onder de naam ‘Pommes Fufu’, toegeschreven aan Madame Nicky de Chancy. Het recept beschrijft een eenvoudige maar rijke bereiding van gesuikerde appelschijfjes, macarons en boter die samen in de oven worden gebakken.
Die bereiding werd opgenomen in Blauw bloed en confituur. Verborgen recepten van moderne adellijke eetcultuur van Sofie Onghena. Voor De Foodarcheoloog vormde dit recept het vertrekpunt voor een eigentijdse interpretatie waarin het fruiterfgoed van de Westhoek centraal staat.
De naam ‘Fufu’ verwijst vandaag dan ook niet alleen naar een historisch dessert, maar naar een culinaire traditie waarin lokale fruitrassen, familiegeschiedenissen en streekproducten samenkomen. Zo verbindt Appeltaart Fufu verschillende tijdslagen van de Westhoek: van historische kasteelkeukens over de boomgaarden van vandaag tot de keukentafels van morgen.